AZ-104 in 2026: wat er veranderd is en wat je nu moet weten
De AZ-104 is op 17 april 2026 bijgewerkt. Niet radicaal anders, maar genoeg om je studieplan te raken als je nog met materiaal uit 2024 werkt. Dit is wat er concreet veranderd is en waar je je tijd op moet richten.
Entra ID: niet meer Azure AD, maar ook meer dan een naamwijziging
Als je nog studiemateriaal gebruikt dat de term “Azure Active Directory” of “Azure AD” hanteert, is dat op zichzelf geen probleem. De concepten zijn hetzelfde. Maar op het examen staat Entra ID, en sommige vragen gaan over features die in de Azure AD-era nog niet bestonden.
Wat in de praktijk vaker terugkomt op oefenexamens: Entra External ID (B2B en B2C), guestgebruikersbeheer en Conditional Access-beleid voor externe identiteiten. De grens tussen “account aanmaken” en “identiteitsprovider configureren” is diffuser geworden.
Specifiek aandacht waard: het verschil tussen Entra ID Free, P1 en P2. Licentievragen duiken op bij scenario’s over self-service password reset, Privileged Identity Management en Identity Protection. Dit is een klassiek trick-onderwerp: de vraag beschrijft een use case, en het juiste antwoord hangt af van welke licentie de klant al heeft.
AI Foundry en AI-gerelateerd beheer
Dit is het nieuwste onderdeel. De verwachting op basis van oefenexamens en community-rapporten is dat 8 tot 15 procent van de vragen raakt aan AI-servicebeheer. Dat klinkt veel, maar in de praktijk gaat het om beheerstaken, niet om AI-development.
Wat je moet kennen:
- Azure AI Foundry hubs en projecten provisionen en beheren
- Rolgebaseerde toegang instellen voor AI-resources (de Azure OpenAI-rollen zijn niet dezelfde als de generieke Cognitive Services-rollen)
- Kosten en quota monitoren voor AI-deployments
Je hoeft geen prompt engineering te kennen. De vragen zijn vanuit administratorperspectief: wie mag welk model deployen, hoe beperk je gebruik per afdeling, hoe stel je diagnostische logging in.
Containers: meer dan alleen AKS
De eerdere versie van AZ-104 toetste containers voornamelijk via AKS-basisvragen. De 2026-update voegt Azure Container Apps toe als apart onderwerp. Uit eigen oefening merk je dat vragen over Container Apps vaak gaan over schaling (KEDA-triggers, min/max replicas) en omgevingsisolatie, niet over de Kubernetes-laag eronder.
Het is de moeite waard om een uur te besteden aan het doornemen van de Container Apps-documentatie, specifiek het verschil tussen Consumption en Dedicated plans. Dat onderscheid levert regelmatig vragen op.
Networking: Private Link en Private Endpoints
Hybride netwerken waren al zwaar vertegenwoordigd op AZ-104, en dat is niet veranderd. Wat er wel bij gekomen is: explicieter testen op Private Link versus Service Endpoints. Die twee worden vaak door elkaar gehaald, en Microsoft weet dat.
Het vuistregel-verschil:
- Service Endpoints: verkeer blijft op het Azure-backbone, maar het public IP van de service blijft bestaan
- Private Link / Private Endpoints: de service krijgt een privaat IP in jouw VNet; geen enkel public IP meer in het spel
Op het examen krijg je scenario’s waarbij een klant zegt “we willen geen publiek eindpunt” of “compliance vereist dat de data nooit over het publieke internet gaat.” Dat is vrijwel altijd Private Link.
Cost Management is nog steeds een vast onderdeel
Uit de oefenexamens en eigen ervaring: vragen over Cost Management komen ruwweg 5 tot 8 keer terug, verspreid over budgetalarmen, kostenanalyse en tagging-strategieen voor chargeback. Besteed hier niet te veel tijd aan, maar zorg dat je het verschil kent tussen een kostenbudget met een actiegrens en een kostenbudget dat alleen een notificatie stuurt. Die nuance zit in de vragen.
Wat je veilig kunt overslaan
Azure Classic resources worden niet meer getoetst. Als je studiemateriaal nog beschrijft hoe je een “klassiek opslagaccount” aanmaakt of wat het verschil is tussen het klassieke en het ARM-deploymentmodel: sla dat over.
Hoe je je studieplan aanpast
Als je al bezig bent met AZ-104-prep op basis van materiaal uit 2024, zijn dit de concrete aanpassingen:
- Voeg Container Apps toe aan je oefensessies. Maak er een aan via de portal en via CLI.
- Lees de Entra External ID-documentatie op Microsoft Learn (30 minuten is genoeg voor het examenniveau).
- Maak 10 tot 15 oefenvragen over AI Foundry-beheer. De concepten zijn nieuw, maar de vragen zijn vrij recht-door-zee.
- Zorg dat je Private Endpoints hands-on hebt geoefend, niet alleen gelezen.
Het totale examen blijft 40 tot 60 vragen, 120 minuten, 700 punten nodig om te slagen.
Kijk voor een compleet trainingsoverzicht op onze AZ-104 trainingspagina.