Website under construction feedback appreciated at [email protected]
← Terug naar blog
aws

AWS SAA-C03: de vijf vraagpatronen die je gaat tegenkomen

Yair Knijn · · 5 min lezen

De AWS SAA-C03 is 65 vragen in 130 minuten, en geen enkele vraag vraagt je om een definitie op te dreunen. AWS bouwt vragen anders: je krijgt een bedrijfssituatie, een technische vereiste en vier antwoorden die er allemaal redelijk uitzien. Als je de onderliggende patronen herkent, hoef je niet bij elke vraag opnieuw te puzzelen hoe je hem aanpakt.

Dit zijn de vijf patronen die je op het examen gaat tegenkomen.

Patroon 1: “Meest kosteneffectief”

Dit is het meest voorkomende patroon op SAA-C03. Je krijgt een architectuurbeschrijving en de vraag eindigt met iets als “welke oplossing voldoet aan de vereisten en is het meest kosteneffectief?”

Wat dit patroon kenmerkt:

  • De situatie heeft een duidelijke use case (batch verwerking, statische website, incidenteel gebruik)
  • Er zijn meerdere AWS-services die het probleem technisch oplossen
  • De “dure” opties zijn bewust in de antwoordopties opgenomen als afleidingsmanoeuvre

Hoe je hem aanpakt: identificeer eerst de workloadkarakteristiek. Is het een on-demand of vaste belasting? Intermitterend of continu? Dat bepaalt welk prijsmodel de winnaar is. Lambda + S3 versloeg EC2 On-Demand voor intermitterende workloads. Reserved Instances verslaan On-Demand voor steady-state. Spot Instances zijn goedkoopst maar alleen acceptabel als de workload onderbrekingen kan verdragen.

Valkuil: “goedkoopst in gebruik” is niet altijd hetzelfde als “goedkoopst totaal.” Als een antwoord een complex multi-account setup vereist, zijn de operationele kosten hoger ook al zijn de compute-kosten lager.

Patroon 2: “Hoog beschikbaar met minimale downtime”

Herkenbaar aan woorden als “highly available”, “fault tolerant”, “zero downtime during deployment” of “survive an AZ failure.”

De kernlogica hier: AWS-services die bij dit patroon horen, werken vrijwel altijd over meerdere Availability Zones. Denk aan Multi-AZ RDS (niet Read Replica, dat is voor leesspanning), ALB in combinatie met Auto Scaling Groups en EFS in plaats van EBS als je gedeelde opslag over meerdere instances nodig hebt.

Waar mensen struikelen: Read Replicas bij RDS worden op het examen regelmatig als afleidingsmanoeuvre opgevoerd. Read Replicas zijn voor leesschaalbaarheid. Failover gebeurt via Multi-AZ. Als de vraag over beschikbaarheid gaat en niet over leesperformance, is een Read Replica het verkeerde antwoord.

Patroon 3: “Migreer dit met minimale code-aanpassingen”

Verhuisvragen waarbij de klant een bestaande oplossing naar AWS brengt zonder de applicatie te herschrijven. Sleutelwoorden: “lift and shift”, “minimal changes to the application”, “existing on-premises setup.”

Dit patroon vraagt om managed services die zo dicht mogelijk bij de bestaande oplossing zitten:

  • Bestaande MySQL-database: Amazon RDS for MySQL (niet DynamoDB, want dat vereist redesign)
  • Bestaande message queue: Amazon SQS (niet herontwerpen naar event-driven)
  • Bestaande filesysteem-opslag: Amazon EFS of FSx for Windows (niet S3, want de applicatie verwacht een bestandspad)

De valstrik bij dit patroon is serverless. Serverless is bijna altijd goedkoper en schaalbaarder, maar vereist doorgaans code-aanpassingen. Als de vraag “minimale aanpassingen” vraagt, is het antwoord zelden Lambda.

Patroon 4: “Veilig, maar toegankelijk”

Beveiligingsvragen waarbij je iets toegankelijk wilt maken zonder het publiek bloot te stellen. Herkenbaar aan combinaties als “internal users only”, “no public internet access”, “encrypted in transit and at rest.”

De kernservices voor dit patroon:

  • VPC met private subnets
  • VPC Endpoints (Gateway voor S3/DynamoDB, Interface voor de rest) zodat verkeer het publieke internet niet raakt
  • Security Groups versus NACLs: Security Groups zijn stateful (onthouden verbindingen), NACLs zijn stateless en werken op subnet-niveau
  • IAM-rollen op resources, niet hardgecodeerde credentials

Een terugkerend subpatroon: de klant wil een S3-bucket alleen toegankelijk maken vanuit zijn VPC. Het antwoord is een S3 Gateway Endpoint met een bijbehorend bucket policy. Niet een NAT Gateway (die stuurt nog steeds via het publieke internet).

Patroon 5: “Dit systeem loopt vast, fix het”

Performancevragen. De situatie beschrijft een systeem dat trager wordt naarmate het meer belasting krijgt. Sleutelwoorden: “latency is increasing”, “database is becoming a bottleneck”, “users are experiencing slow load times.”

De aanpak hangt af van waar het knelpunt zit:

  • Leesbottleneck op database: ElastiCache (in-memory cache) of RDS Read Replicas
  • Schrijfbottleneck: SQS als buffer voor schrijfoperaties, of DynamoDB als de workload dat toelaat
  • Applicatieserver-bottleneck: Auto Scaling Group met een Application Load Balancer
  • Statische assets: CloudFront als CDN

Waar mensen de mist in gaan: ze kiezen altijd de meest krachtige oplossing. Een vraag over een traag wordende website heeft niet altijd ElastiCache als antwoord. Als de bottleneck bij de compute zit en niet bij de database, is meer compute (of betere compute) het antwoord.

Hoe je deze patronen traint

Maak geen oefenvragen om ze te “halen.” Maak ze om het patroon te diagnosticeren. Voor elke vraag die je beantwoordt:

  1. Welk patroon is dit?
  2. Welke AWS-service is de kern van het antwoord?
  3. Waarom zijn de andere drie antwoorden fout?

Als je stap 3 niet kunt beantwoorden, heb je de vraag niet echt begrepen, ook al had je het goede antwoord.

Uit eigen oefening merk je dat je na 200 tot 300 oefenvragen de patronen automatisch herkent. Dan wordt het examen een kwestie van snelheid, niet van nadenken.

Bekijk het volledige trainingsoverzicht op onze AWS SAA-C03 trainingspagina.

aws-saa-c03 examen-prep solutions-architect aws vraagpatronen